Bemiddeling bij verkoop

Verguld bronzen corpus Christi omstreeks 1700 werd door mijn bemiddeling in opdracht van een Amsterdamse stichting via een Amsterdamse kunsthandelaar aan een Portugese verzamelaar verkocht.

 

 

 


Download het CONSIGNATIE-CONTRACT hier.


TOELICHTING BIJ EEN CONSIGNATIE-CONTRACT:

Hier genoemde voorbeelden sluiten aan bij de in het contract genoemde categorieën.
Voorbeeld I: Dhr. Dullaert ontvangt in consignatie een Nederlands schilderij uit de romantische school dat hij geschat heeft op een dagwaarde van 1750 euro.
In onderhandeling met veilinghuis Christies blijkt dat men dit kunstwerk wil veilen maar alleen met een uiterste limiet van 1500 Euro. Op de veiling wordt het schilderij afgeslagen voor 1700 euro. De inbrenger moet 15% inbrengkosten aan het veilinghuis afstaan, dus ontvangt dhr. Dullaert voor zijn klant 1700 minus 255 euro, d.w.z. 1445 euro en brengt hij vervolgens zelf 10% bemiddelingskosten in rekening zodat de klant (1445-145,50) 1299,50 euro overhoudt.
Voorbeeld II : De klant is beter af als dhr. Dullaert erin slaagt het kunstwerk aan een kunsthandelaar te verkopen voor 2250 euro. Verkoper ontvangt vervolgens 1800 euro; dhr. Dullaert zijn percentage van 20% d.w.z. 450 euro.
Voorbeeld III : Dhr. Dullaert slaagt erin het bovengenoemde schilderij voor 3500 euro aan een particuliere verzamelaar te verkopen. De eigenaar ontvangt 60 % van de opbrengst, te weten 2100 euro, de verkoper 40 % te weten 1400 euro.
Voorbeeld IV: Eigenaar heeft een groot aantal spullen uit grootmoeders tijd in diverse dozen. Een veilinghouder is slechts bereid deze dozen a.t.p. (a tout prix – d.w.z. wat de gek ervoor geeft) te veilen. Dhr. Dullaert gaat naar een curiosa markt en verkoopt voor 500 euro uit deze dozen, de verkoper ontvangt 250 euro, Dhr. Dullaert eveneens.
Uitgangspunt bij alle vier voorbeelden is dat zowel de verkoper als de consignatie-nemer beide voordeel moeten hebben van de transactie. En dat de consignatie-nemer de voor zijn cliënt gunstigste wijze van verkopen zoekt.
Het tamelijk grote verschil tussen dag- oftewel veilingwaarde enerzijds en vervangings -oftewel winkelwaarde anderzijds is als volgt te verklaren: De meeste Nederlandse veilinghuizen rekenen voor hun diensten 15% provisie voor de verkoper en 20 tot 25 % opgeld voor de koper. Een antiekhandelaar koopt iets alleen als hij denkt minstens dubbel te kunnen verdienen aan een object, liefst na aftrek van restauratie-kosten. Want van die dubbele winst moet de winkel- of standhuur en andere verkoopkosten eerst nog afgetrokken worden vóór er wat verdiend wordt. Daarom geldt over het algemeen dat de dagwaarde eenderde tot de helft van de verzekeringswaarde bedraagt. Op zich is dit niet vreemd: praktisch alle warenhuizen hebben ook dergelijke winstmarges.

P.L.M. Dullaert







Terug
Joomla SEF URLs by Artio